Uitgeverij IJzer

Albert Camus De mythe van Sisyphus

De mythe van Sisyphus

Camus, Albert
ISBN 978-90-8684-180-6
Formaat: 125 x 200 cm.
Omvang: 208 pag.
€19,50

De mythe van Sisyphus

Albert Camus

 

De mythe van Sisyphus in een splinternieuwe,

frisse vertaling van Elly Jaffé Prijs winnares Hannie Vermeer-Pardoen. 

 

“Het absurde ontstaat uit de confrontatie van de mens die vraagt, en de wereld die op een onredelijke wijze zwijgt.”

 

Hoe moet ik leven, als ik mij nergens op kan beroepen?

Dat is de vraag die Albert Camus (1913-1960) ons voorlegt in De mythe van Sisyphus.

Een vraag die ook nu nog even dringend is als in 1942 toen Camus dit boek publiceerde.

Het boek bevat een verhelderend nawoord van Hannie Vermeer-Pardoen. 

Een kort stukje daaruit:

Het boek begint met een korte inleiding die de lezer laat weten hoe Camus het probleem van de absurditeit gaat benaderen. Absurditeit is niet in de eerste plaats een filosofisch begrip, maar een gevoel, een innerlijk ongemak. Het is een gegeven van waaruit hij zijn leven tracht in te richten. Zijn commentaar is provisorisch van aard. Metafysica en geloof zijn niet aan de orde.

Camus heeft zijn essay in vier delen ingedeeld. Onder de overkoepelende titel Redenering vanuit het absurde brengt hij vier hoofdstukken bijeen (Absurditeit en zelfmoord, De muren van het absurde, De filosofische zelfmoord en De vrijheid van het absurde) waarin hij het probleem van het absurde in kaart brengt.

De werkelijk belangrijke vraag luidt: Is het leven de moeite waard of kan men beter zelfmoord plegen? Het onderwerp van het essay is het verband tussen zelfmoord en absurditeit. De methode om het vraagstuk te benaderen kan niet analytisch zijn, want werkelijke kennis is niet mogelijk. Wel geeft hij een definitie van wat hij verstaat onder absurditeit: De mens vraagt helderheid omtrent de wereld, maar de wereld geeft geen antwoord op die vraag. De absurditeit komt voort uit die tegenstelling tussen het vragen van de mens om antwoord en het uitblijven van dat antwoord. De absurditeit is de enige zekerheid waarover de mens beschikt. Die zekerheid moet dus koste wat kost behouden blijven, maar men mag zich er niet bij neerleggen. De absurde mens is een mens in opstand. Zelfmoord plegen is de uiterste vorm van berusting en moet dus als zodanig afgewezen worden. De opstandige mens daarentegen wil zo veel mogelijk leven, zo veel mogelijk ervaringen opdoen. Hij vervangt de kwaliteit door de kwantiteit. Het zoeken naar een eenheidsbeginsel wordt vervangen door het streven naar diversiteit. Hij richt zich op het tastbare, op het leven van alledag. De absurde mens moet zich altijd bewust zijn van die ene zekerheid waarover hij beschikt: de absurditeit van het leven. Er is geen van boven opgelegde moraal: de mens is vrij, hij is per definitie onschuldig, maar wel verantwoordelijk. Hij kan zich nergens op beroepen en zijn situatie is dus niet makkelijk: niets is blijvend, er is geen hoop en buiten de zekerheid van de absurditeit geen andere zekerheid dan alleen die van de dood. De absurde mens is een tragisch mens. 

Tot zover Hannie Vermeer-Pardoen in haar nawoord.

Oorspronkelijke titel: Le Mythe de Sisyphe

 

Nieuwsbrief ontvangen?

Please let us know your name.
Please let us know your email address.
Invalid Input

Ook interessant